Consensus of agree to disagree


16 Feb
16Feb

De angst van de heer van Dissel voor het lastig kunnen bereiken van consensus wanneer meer disciplines meepraten in het OMT (Volkskrant, “Politieke druk, bedreiging en onderlinge spanning” van zaterdag 23 januari j.l.) verklaart het beperkte draagvlak en vertrouwen in het coronabeleid onder de bevolking. Diversiteit maakt het managen van het besluitvormingsproces lastig. Hoe zorg je ervoor dat twee zeer uiteenlopende perspectieven en meningen overbrugd worden? Echter, wanneer sprake is van psychologische veiligheid en een eerlijk besluitvormingsproces, geldt dat door het benutten van diversiteit, besluiten duurzamer en creatiever worden. Dit soort besluiten zijn juist nodig wanneer sprake is van complexe, systemische problemen die niet eenvoudig op te lossen zijn. 

Het organiseren van een psychologisch veilige situatie en een eerlijk besluitvormingsproces is echter geen sinecure. Inhoudelijke conflicten kunnen namelijk eenvoudig leiden tot meervoudige conflicten die nòg lastiger te managen zijn. Wanneer twee mensen overtuigd zijn van hun gelijk en van de objectiviteit en rationaliteit van hun eigen logica, zijn ze er ook van overtuigd dat die ander geen gelijk kàn hebben. Zijn of haar afwijkende mening, taal, logica en manier van handelen, kan alleen verklaard worden door zijn of haar irrationaliteit, gebrek aan ervaring, kunde of persoonlijkheid. Die ander begrijpt het gewoon nog niet, is helaas te onervaren of is niet te vertrouwen, anders zou hij of zij deze waarheid, feiten en logica ook omarmen.Dit soort negatieve gedachten over de ander worden niet zomaar uitgesproken. Het uitspreken ervan zou het conflict alleen maar verder vergroten. Het verzwijgen van gedachten en gevoelens gaat niettemin aan het besef voorbij dat anderen onuitgesproken spanning en conflict opmerken en er ook ongezegd op reageren. Juist deze onuitgesproken gevoelens verkleinen het zo noodzakelijke vertrouwen dat nodig is voor een goed besluitvormingsproces. 

Uit de praktijk blijkt dat groepen verschillend omgaan met inhoudelijke conflicten. Sommige groepen trachten de cohesie te bewaren door zich strikt te conformeren aan de regels van de voorzitter. De groepsleden vertrouwen de voorzitter en nemen de formele en informele besluitvormingsregels voor vanzelfsprekend. Ze onderschatten de invloed van het tijdstip, lengte en locatie van de vergadering, de framing van de onderwerpen op de agenda, en de notulen op het besluitvormingsproces. In andere gevallen gaan groepsleden met de spanning om door hun mening onbewust te synchroniseren met de dominante mening van de groep. Gedacht wordt; “als alle andere groepsgenoten overtuigd zijn van hun gelijk, dan zal ik met mijn minderheidsstandpunt het wel onjuist hebben.” Wanneer meerdere leden tegelijkertijd onterecht denken dat zij als enige een afwijkende mening hebben, is sprake van groupthink. De leden laten zich zodanig door het proces beïnvloeden dat het de kwaliteit van het besluit vermindert. Andere groepen trachten de effecten van het inhoudelijke conflict te managen via het informele gesprek. Ondanks dat men niet precies weet wie er met wie spreken en waarover en vooral hoe, schatten groepsleden in wat er uit het zicht, informeel gebeurt zodra ze spanning tijdens de formele vergadering hebben ervaren. Deze speculaties kunnen miscommunicatie die door het conflict zijn ontstaan, verder vergroten. Bovendien, kunnen de groepsleden ook overvallen worden door de informele besluiten die tijdens deze gesprekken worden genomen. 

Wanneer de eerdergenoemde strategieen hebben gefaald kunnen leden dreigen met het verlaten van de groep of de groep daadwerkelijk verlaten. De angst voor diversiteit, voor inhoudelijke conflicten is dan ook niet geheel onterecht als het bij elkaar houden van de groep van belang is. Meneer van Dissel zou dan ook kunnen overwegen om één expertise toe te voegen aan het OMT: een besluitvormingsexpert. Een expert kan helpen met het ontwerpen van een besluitvormingsproces waardoor de andere experts zich kunnen richten op hun taak: het op een productieve manier verwoorden van hun kennis, ideeën, zorgen en gevoelens. Inhoud en proces zijn onlosmakelijk verbonden. Een viroloog is niet automatisch expert op het gebied van besluitvormingsprocessen, zelfs niet als hij een ervaren voorzitter is. Met de hulp van een besluitvormingsexpert is het zelfs mogelijk andere disciplines aan het proces toe te voegen zonder dat de angst op het inhoudelijke conflict en het niet realiseren van consensus bewaarheid hoeft te worden. Gezien het belang van de besluiten en de invloed van het OMT lijkt me dit in het belang van zowel de OMT leden als van Nederland in het geheel.

Comments
* De e-mail zal niet worden gepubliceerd op de website.